Legacy of nalatenschap 2017-10-07T12:24:44+00:00

“Wie één leven redt, redt de hele wereld”

Ik heb belangrijk nieuws met u te delen, maar voordat ik er meer over vertel, moet ik u eerst de context ervan aangeven.

De zin in de titel heeft u misschien al eerder gehoord of gelezen. Oorspronkelijk komt ze uit rabbinale commentaren op de bijbel. In een discussie over de nood getuigen te verwittigen inzake de zware verantwoordelijkheid die op hun schouders rust in zaken waar de doodstraf op staat, geeft de Mishnah aan dat men hen het volgende moet zeggen:

“…wie één enkel leven in Israël vernietigt, wordt beschouwd door de Geschriften als de hele wereld te vernietigen en wie één enkel leven in Israël redt, wordt beschouwd door de Geschriften als de hele wereld te redden.

De Koran neemt dit principe over. In de 32e vers van de vijfde Soera (hoofdstuk) van de Koran wordt het bijbelse verhaal van Kaïn en Abel naverteld en lezen we:

… wie één mens doodt, tenzij het na doodslag of kwaad in het land is, is alsof hij alle mensen heeft gedood. En wie één leven redt,  is alsof hij de levens van alle mensen heeft gered.

Het lijkt zinvol aan te nemen dat dit principe als uitgangspunt dient voor elke samenleving die zichzelf beschaafd noemt, niet?

Op de pagina ‘Persoonlijk’ van deze website schrijf ik: “Wat me, na die vele decennia, nog steeds kwelt is de vraag hoe het mogelijk is voor de massa om te verzinken in een hysterische haat. ” Het kwade dat door de gewone massa tijdens de Holocaust begaan werd, heeft me steeds gefascineerd. Ook kost het stilzitten van de zogenaamde onschuldige omstander me enorm veel moeite.

Eigenlijk is ‘gefascineerd’ niet de juiste term voor wat ik voel en hetgeen me drijft. Het is eigenlijk meer een bezorgdheid over het lot van de mensheid, de staat van de maatschappij en menselijkheid. Als samenleving worden we al te vaak geconfronteerd met verschillende gradaties van gemeenheid en indecentie, zonder het initiatief te nemen en er zelf tegen in te gaan.

Nalatenschap

Inmiddels heb ik een punt in het leven bereikt waarop ik me volledig kan toeleggen op het leveren van een bijdrage aanOrdinary-Men-cover familie, vrienden en samenleving. Laat me daarom aub het verhaal met u delen van een boek dat in 1992 gepubliceerd werd ‘Ordinary Men: Reserve Police Battalion 101 and the Final Solution in Poland’.

De auteur ervan heet Christopher R. Browning. Sinds ik dit boek gelezen heb is het steeds in mijn gedachten gebleven. In hoofdzaak vertelt het boek het schokkende verhaal van gemiddelde Duitsers van middelbare leeftijd die de koelbloedige moordenaars werden van tienduizenden joden.

Na verschillende contacten en gesprekken met Christopher Browning en zijn literait agent, heb ik onlangs de filmrechten van dit unieke boek kunnen verwerven.

Het vervolg hiervan staat nog niet helemaal vast en ik wil vooral geen valse beloftes maken. Maar, beste lezer, ik zal er alles aan doen om in de komende jaren de boodschap van dit boek zo ruim mogelijk te verspreiden.

Ordinary Men

Wanneer we stilstaan bij de verschillende gruweldaden uit de geschiedenis, dan is er iets in onze menselijke natuur dat ordinary-men-execution-of-jews-maakt dat we de daders willen zien als anders dan normale mensen. We beelden ons bruten en sadisten in; stereotiepe schurken zonder morele gevoeligheid, mensen die een bestiaal plezier scheppen in het vermoorden van onschuldige medemensen.

Browning begint zijn boek met statistieken over de rol van Polen in de Nazi Holocaust. “Tegen midden maart 1942,“, schrijft hij, “leefden 75 a 80% van de Holocaust slachtoffers nog en waren 20 a 25% reeds overleden. Tegen midden februari 1943, waren die percentages net het tegenovergestelde. In de kern van de holocaust lag een korte, zeer intense golf van massamoorden. Het zwaartepunt van deze massamoord lag in Polen“.

Browning stelt dat het uitvoeren van een dergelijke taak een massieve mobilisatie van soldaten zou vereisen, terwijl die golf van geweld plaatsvindt tijdens net dezelfde periode dat een enorm aantal Duitse soldaten en materiaal gewijd werden aan de slag rond Stalingrad.

Dit doet bij Browning de volgende vraag rijzen: hoe hebben de Duitsers deze aanval op de joodse gemeenschap in Polen uitgevoerd en waar hebben ze de mankracht gehaald om die te bewerkstelligen?

Monsterlijke daden van de Holocaust zij aan zij met het menselijk gelaat van de moordenaars

Zijn onderzoek leidt hem naar de Staatsadministraties van Justitie in Ludwigsburg (Duitsland), het kantoor voor het coördineren van het onderzoek naar Nazi misdaden. Het is daar dat Browning voor het eerst de aanklacht tegenPolizeibataillon_101_in_Łódź het Reserve Politie Bataljon 101 tegenkomt.

Browning beschrijft het bijzondere effect die deze aanklacht op hem heeft. “Hoewel ik al bijna 20 jaar archieven en gerechtsdocumenten rond de Holocaust bestudeerde, was de impact van deze aanklacht bijzonder krachtig en penibel. Nooit eerder was ik de issue van keuze tegengekomen in zo’n dramatische context en bovendien openlijk bediscussieerd door minstens een deel van de daders. Nooit voordien had ik de monsterlijke daden uit de Holocaust op deze manier, zij-aan-zij met het menselijke gelaat van de moordenaars, opgediept“.

Hoe begaan doorsnee mensen deze gruwelen?

Browning tracht deze vraag te beantwoorden. Hij geeft allereerst aan dat er twee types gruwelen plaatsvinden tijdens een oorlog: enerzijds daden die gepaard gaan met de waanzin op het slagveld, waarbij gehavende, verbitterde soldaten wraak nemen op hun vermeende vijand, anderzijds daden die deel uitmaken van “standaard procedures“, zoals het platbombarderen van Duitse en Japanse steden. Browning kaart ook psychologische methodes aan als het “ontmenselijken van de vijand“, “routineren van de taak” e.d. die het plegen van een genocide mentaal vergemakkelijken.

Bovendien verwijst hij naar twee belangrijke psychologische studies, het bekende onderzoek naar gehoorzaamheid van Milgram en de gevangenisstudie van Zimbarod, die beide verklaren hoe normale mensen bewogen kunnen worden tot het plegen van geweld jegens medemensen, alsook hoe stresserende of gewelddadige situaties psychologische predisposities tot gewelddadig gedrag kunnen aanwakkeren bij ‘gewone mensen’.

Browning beschouwt ook de impact van het Nationaal Socialisme op de houding van de politie t.a.v. haar slachtoffers. Het boek sluit af met de volgende statement: “Binnen vrijwel elk sociaal collectief oefent de peer group een enorme druk op het gedrag en stelt het de morele normen. Indien de mannen uit het Reserve Politie Bataljon 101 moordenaars konden worden in dergelijke omstandigheden, wie dan niet?

Druk om te conformeren

M. Browning’s nauwgezet verslag en zijn eigen scherpe reflecties over de daden van de bataljon leden, tonen het aanzienlijke effect die de omstandigheden op deze mensen hadden: de bevelen te doden, de druk om te conformeren en de angst dat indien ze niet zouden moorden er een straf zou kunnen volgen, of dit op z’n minst hun loopbaan zou schaden. In werkelijkheid kwamen de weinigen die het moorden vermeden er mee weg; maar de meesten waren overtuigd, of konden zichzelf minstens voorhouden, dat ze geen keuze hadden.

Elk van deze factoren droeg bij tot het gevoel van de politieagenten dat ze hun eigen morele codes niet aan het overtreden waren, of als ze dit al deden, dit enkel was omdat het echt niet anders kon.

Keuze

Maar laten we de feiten hier even goed bekijken. Hadden deze ‘ordinary men’ de keuze om hun misdaden tegen de mensheid te begaan of niet? De bevelhebber van het bataljon, Majoor Trapp, duidelijk ontsteld door de bevelen die hij had ontvangen, gaf zijn mannen de mogelijkheid om niet aan de schietpartijen deel te nemen. Verschillende aanvaardden dat, en in de loop van de dag, hebben meer mannen gevraagd om verontschuldigd te worden van het neerschieten van ongewapende burgers. Ondanks groepsdruk en bekeken te worden als afhakers, hebben 10 a 20% van de Ordnungspolizei mannen niet actief deelgenomen aan deze moordpartijen. Diegenen die niet deelnamen, werden er nooit voor gestraft.

Of is volkerenmoord wordt een persoonlijke zonde waartoe elk van ons in staat is?

Browning’s boek doet wat weinig andere teksten over genocide kunnen: een helder inzicht verschaffen in wie de feitelijke daders van de genocide zijn. Mensen beelden zich geen doorsnee werkende mensen van middelbare leeftijd hierbij in. Dit is de reden om dewelke het verhaal van het Reserve Politie Bataljon 101 bijzonder verontrustend is. Deze mannen beantwoorden nagenoeg perfect aan de definitie van “normaal“; noch echt “jong” of “oud“; hun sociale positie is doodgewoon. Ze belichamen het beeld van “de doorsnee mens.” Indien deze mensen capabel zijn een massamoord te plegen dan zijn we hier alle bekwaam toe.

Na het lezen van dit boek dringt zich als enige conclusie op dat een genocide niet gepleegd wordt door “die mensen“, de mysterieuze “andere” die in niets op ons lijkt. Genocide wordt een persoonlijke zonde waartoe velen van ons in staat zijn. Deze realiteit moeten we aanvaarden voor er nog genocides gepleegd kunnen worden.

De bewering “ik volgde gewoon bevelen op“, en dat dit niet doen, onvermijdelijk zou leiden tot ernstige gevolgen, houdt geen steek, zoals de feiten het onthullen. Dit boek is een huiveringwekkende herinnering aan hoe dun het laagje beschaving van de mensheid kan zijn. Dit is precies de reden waarom ik het delen van deze belangrijke boodschap voor de mensheid zie ik als mijn nalatenschap.

sylvain-goldberg-ordinary-men

Sylvain Goldberg